Dt-spelling

Kies de juiste vorm van het werkwoord in de zin.

Bij een fout krijg je meteen de regel erbij.

βœ” Geen accountβœ” Geen gegevensβœ” Geen reclameβœ” Veilig voor kinderen

Voor ouders

Dit spel oefent de werkwoordspelling: de tegenwoordige tijd (ik word, hij wordt, word jij?) vanaf het 3de–4de leerjaar en de verleden tijd en het voltooid deelwoord met de regel van ’t kofschip in het 5de–6de leerjaar. Elke zin is nagekeken. Bij een fout ziet je kind de regel en de juiste zin.

Leerjaar: 3de–6de leerjaar

Veelgestelde vragen

Wat is de basisregel voor dt?

Bij ik schrijf je de stam (ik word). Bij hij, zij en het komt er een t bij (hij wordt). Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg (word jij?).

Wat is ’t kofschip?

Eindigt de stam op t, k, f, s, ch of p, dan krijgt de verleden tijd -te(n) en het voltooid deelwoord -t (werkte, gewerkt). Anders wordt het -de(n) en -d (speelde, gespeeld).

Voor welk leerjaar is dit spel?

Het niveau “Nu” past vanaf het 3de leerjaar. “Vroeger” en “Alles” zijn bedoeld voor het 5de en 6de leerjaar.