Kies de juiste vorm van het werkwoord in de zin.
Bij een fout krijg je meteen de regel erbij.
Voor ouders
Dit spel oefent de werkwoordspelling: de tegenwoordige tijd (ik word, hij wordt, word jij?) vanaf het 3deβ4de leerjaar en de verleden tijd en het voltooid deelwoord met de regel van βt kofschip in het 5deβ6de leerjaar. Elke zin is nagekeken. Bij een fout ziet je kind de regel en de juiste zin.
Leerjaar: 3deβ6de leerjaar
Veelgestelde vragen
Wat is de basisregel voor dt?
Bij ik schrijf je de stam (ik word). Bij hij, zij en het komt er een t bij (hij wordt). Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg (word jij?).
Wat is βt kofschip?
Eindigt de stam op t, k, f, s, ch of p, dan krijgt de verleden tijd -te(n) en het voltooid deelwoord -t (werkte, gewerkt). Anders wordt het -de(n) en -d (speelde, gespeeld).
Voor welk leerjaar is dit spel?
Het niveau “Nu” past vanaf het 3de leerjaar. “Vroeger” en “Alles” zijn bedoeld voor het 5de en 6de leerjaar.
